„Dus… jij bent de schoonmoeder die Calvin altijd probeerde te beschermen,” zei ze kil.
Marjorie’s lichaam verstijfde.
Lisa glimlachte langzaam. „Liam, ga je het haar vertellen? Of zal ik uitleggen waarom Calvin dood is?”
Marjorie voelde de grond onder haar voeten wegzinken.
„WAT HEB JE GEDAAN?!” schreeuwde ze, maar haar stem brak.
Op dat moment greep Liam Marjorie’s arm en trok haar naar buiten.
„REN! NU!” riep hij.
—
Marjorie rende de straat op, haar adem schokkerig. De taxi was gelukkig nog steeds aan het wachten. Ze dook naar binnen en sloeg de deur dicht.
„Rijd!” riep ze. „Maakt niet uit waarheen, weg hier!”
De taxi scheurde weg. Marjorie keek achterom. Lisa stond midden op de stoep. Niet rennend. Niet roepend. Gewoon stil, met die ijskoude blik.
Alsof ze wist dat dit nog lang niet voorbij was.
—
Thuis in het hotel sloot Marjorie zichzelf op en liet ze zich op het bed vallen. Haar handen beefden. Haar hoofd tolde. Wat hadden Calvin en Lauren voor haar verborgen gehouden? Waarom was er geen echte begrafenis gehouden? Waarom was Liam bang voor Lisa? En waarom… was de naam op de grafsteen Lauren T.… met die mysterieuze T?
Wie was die man op de foto? Hoe was Calvin gestorven?
Marjorie voelde één ding zeker:
Dit was geen gewoon ongeluk.
En als niemand de waarheid ging zoeken, dan moest zij het doen.