Daarom laat ik hen vandaag precies hetzelfde na.”
De notaris keek op.
— Meneer en mevrouw Armand ontvangen volgens het testament… één euro elk.
Mijn moeder sprong meteen op.
— Dit is belachelijk! riep ze. — Hij zou ons nooit zo behandelen!
Ze draaide zich naar mij.
— Zeg iets! Je weet dat hij ons altijd hielp!
Ik keek haar rustig aan.
Voor het eerst sinds vijftien jaar sprak ik rechtstreeks tegen haar.
— Nee, moeder.
De kamer werd doodstil.
— Hij hielp mij.
Ze probeerde nog iets te zeggen.
Maar ik stond op.
— Vijftien jaar geleden hebben jullie mij in de regen buiten gezet alsof ik niets waard was.
Ik keek naar de notaris.
— Mijn oom gaf mij een huis, een opleiding en een kans.
Toen keek ik weer naar mijn ouders.
— Vandaag krijgen jullie precies wat jullie mij toen gaven.
Mijn moeder werd rood van woede.
— En wat was dat volgens jou?!
Ik antwoordde kalm.
— Niets.
De notaris zat verstijfd achter zijn bureau.
Niemand zei nog een woord.
En voor het eerst in mijn leven voelde ik geen woede meer tegenover mijn ouders.
Alleen stilte.
En de stem van mijn oom die in mijn hoofd bleef hangen:
« Je bent niemand iets verschuldigd… behalve jezelf. »