Maar het water liep niet meer.
Ze had alles gehoord.
Dat wist ik meteen.
Haar schouders trilden licht.
Ik liep naar haar toe en zette het water uit.
— Het is genoeg, zei ik zacht.
Ze keek me aan.
Haar ogen waren vochtig.
— Het is oké, Diego… ik maak het wel af.
Ik schudde mijn hoofd.
— Nee.
Ik pakte voorzichtig haar handen.
Nat.
Koud.
Vermoeid.
— Jij gaat zitten.
Ze aarzelde.
— Maar—
— Geen “maar”.
Voor het eerst…
sprak ik niet zacht.
Niet vragend.
Maar zeker.
Ze keek me aan…
alsof ze me voor het eerst zag.
Toen knikte ze langzaam.
Ik hielp haar naar een stoel.
Op dat moment…
kwamen mijn zussen de keuken binnen.
Langzaam.
Onzeker.
Isabel keek naar de stapel afwas.
Toen naar Lucía.
En iets in haar gezicht veranderde.
Niet meteen.
Maar een klein beetje.
— Laat mij maar, zei ze zacht.
Patricia zuchtte.
Maar pakte toch een doek.
Carmen begon zonder iets te zeggen de borden te verzamelen.
Mijn moeder bleef in de deuropening staan.
Ze keek naar alles.
Naar Lucía.
Naar mij.
Naar haar dochters.
Toen liep ze naar binnen.
Langzaam.
Ze ging voor Lucía staan.
Een lange stilte…………….