Definitief.
De man sloot zijn map.
“Ik neem maandag contact op,” zei hij. “Dan bespreken we de terugbetaling en de logistiek.”
Niemand protesteerde.
Want er viel niets meer te verdedigen.
Langzaam begon het geroezemoes terug te keren, maar zachter, voorzichtiger. Mensen pakten hun drankjes weer op, maar de sfeer was veranderd. Het feest was voorbij, ook al stond iedereen er nog.
Ik pakte Lucy’s hand en liep met haar weg van het zwembad, weg van het geluid, richting de tuin waar de oude appelboom nog stond.
“Gaan we echt weer spelen?” vroeg ze.
“Ja,” zei ik. “En deze keer… nog sterker.”
Achter ons bleef het water glanzen in de zon.
Maar het voelde niet meer als iets om trots op te zijn.
Het voelde als een herinnering.
Aan wat er gebeurt wanneer mensen denken dat ze iets kunnen nemen… zonder dat iemand het terug komt halen.