—
Mijn advocaat.
—
Daarna nog één.
—
Mijn bank.
—
En daarna nog één.
—
Iemand die ik al veel te lang niet had gesproken.
—
Mijn tante.
—
Binnen een paar uur
was het spel veranderd.
—
Niet zichtbaar.
—
Nog niet.
—
Maar fundamenteel.
—
Toen kwamen de berichten opnieuw.
—
Meer.
—
Scherper.
—
Eleanor deze keer.
—
“Je maakt een grote fout.”
—
Ik las het.
—
Legde mijn telefoon neer.
—
En ademde rustig uit.
—
Nee.
—
Dit keer niet.
—
De fout was al gemaakt.
—
Door hen.
—
Later die middag
liet ik mijn trouwjurk ophalen.
—
Niet om te bewaren.
—
Maar om los te laten.
—
Sommige symbolen
verdienen geen tweede kans.
—
Tegen de avond
zat ik bij het raam van mijn hotelkamer.
—
De stad bewoog onder me.
—
Normaal.
—
Onverschillig…………..