Harper keek hem recht aan. “Zeven, meneer.”
“Zeven?” De zoon lachte ongelovig. “En toch werkt u hier?”
“Werk is geen maatstaf voor intelligentie,” antwoordde ze rustig.
Roland, die het gesprek vanuit de keukenopening had opgevangen, glimlachte trots.
Calloway vouwde zijn handen samen. “Welke talen?”
“Nederlands, Engels, Duits, Frans, Spaans, Italiaans… en Mandarijn.”
Nu werd het stil.
“Mandarijn?” vroeg de oudere man scherp.
“Ja, meneer.”
Er veranderde iets in zijn blik. Iets dat niet langer neerbuigend was. Maar alert.
Het diner verliep verder zonder incidenten. Harper serveerde professioneel, beheerst, zonder enige hint van wrok.
Toen het hoofdgerecht bijna was afgeruimd, ging Calloways telefoon. Hij keek naar het scherm en fronste.
Hij nam op.
En begon Mandarijn te spreken.
De woorden kwamen snel, gespannen. Harper liep net langs met een dienblad en kon niet anders dan het gesprek gedeeltelijk opvangen.
Het ging over een investering. Een partnerschap in Shanghai. Er was een misverstand. Een contractclausule die verkeerd werd geïnterpreteerd. De andere partij dreigde zich terug te trekken.
Calloway antwoordde zelfverzekerd, maar Harper hoorde de nuance. De andere partij was beledigd. Er was iets gezegd dat respectloos klonk in hun cultuur.
Calloway hing op met een zucht.
Zijn zoon keek hem aan. “Problemen?”
“Kleine miscommunicatie,” zei hij kortaf.
Harper aarzelde. Ze wist dat het niet haar plaats was om zich te mengen. Maar soms is zwijgen niet hetzelfde als waardigheid.
Ze draaide zich naar hem toe.
“Pardon, meneer. Ik kon niet anders dan enkele woorden opvangen. Als ik het verkeerd begrijp, corrigeer me alstublieft. Maar in uw laatste zin gebruikte u een uitdrukking die in Westers Mandarijn neutraal klinkt… maar in Shanghai wordt die als neerbuigend ervaren.”
Beide mannen staarden haar aan.
“Wat zei ik dan?” vroeg Calloway langzaam.
Harper herhaalde de zin perfect, met exact dezelfde intonatie.
De zoon verbleekte licht.
“U zei eigenlijk dat hun voorstel ‘onvolwassen’ was. In hun dialect kan dat worden opgevat als ‘onwaardig’.”
Er viel een lange stilte.
“En wat had ik moeten zeggen?” vroeg Calloway.
Harper dacht kort na. “U had beter kunnen zeggen dat het voorstel ‘ruimte voor verfijning’ heeft. Dat behoudt hun eer.”
Calloway keek haar indringend aan. Alsof hij probeerde te beslissen of hij haar kon vertrouwen.
Toen pakte hij opnieuw zijn telefoon.
Hij belde terug.
En deze keer gebruikte hij precies de woorden die Harper had voorgesteld.
Harper liep discreet weg.
Tien minuten later stond Calloway op. Zijn gezicht was anders. Ontspannen.
Hij liep naar de keuken.
Roland verstijfde even toen de eigenaar van meerdere luxerestaurants plots voor hem stond.
“Wie is die serveerster?” vroeg Calloway.
Roland keek beschermend. “Harper. Een van mijn beste krachten.”
“Ze hoort niet alleen borden te dragen.”
Roland zei niets……………..