“Dus ik draaide me om, schreef dat op mijn rug, en zei: ‘Dit gaat mee naar huis.’”
Ik moest lachen, ondanks mezelf. “Je bent pas de volgende ochtend thuisgekomen.”
Hij trok een schuldige grimas. “Oké, ja. Het feest liep uit. Daarna nog een taxi delen, iemand die zijn jas kwijt was… niets spannends. Alleen te veel gesprekken en te weinig water.”
Ik keek weer naar de tekst op zijn rug.
Gelezen. Gerespecteerd. Teruggestuurd.
Het voelde ineens veel groter dan een grap.
“Waarom raakt dit me zo?” fluisterde ik.
Hij pakte mijn hand. “Omdat het geen grap meer was, Mica. Het was een keuze.”
De volgende ochtend werd ik wakker met zonlicht op het kussen en Travis die koffie zette in de keuken. Alsof alles normaal was.
Maar het voelde niet normaal.
Het voelde… veilig.
Aan het ontbijt zei hij ineens: “Weet je, iedereen had het erover.”
“Over jouw shirt?” vroeg ik.
“Over jou,” zei hij. “Over hoe duidelijk het was dat ik iemand had die om me gaf. Niet bezitterig. Gewoon… betrokken.”
Ik glimlachte. “Ik was bang dat het kinderachtig was…………….