Hendrik knikte goedkeurend. “Familie hoort samen. En wij verwachten kleinkinderen. Snel.”
Mijn vork bleef halverwege hangen.
“Snel?” herhaalde ik. “We hebben daar nog niet concreet over gesproken.”
“Dat hoeft ook niet,” zei Hendrik. “Dat is geen beslissing van jullie alleen.”
Er viel een ijzige stilte over de tafel.
Ik keek Olivia aan. Ze vermeed mijn blik. Voor het eerst sinds ik haar kende, herkende ik haar niet. De vrouw die zo vrij had meegezongen bij dat concert, die me had aangemoedigd mijn eigen dromen te volgen, zat nu zwijgend naast me terwijl haar ouders mijn toekomst voor mij uitstippelden.
“En wat als ik daar anders over denk?” vroeg ik kalm.
Hendrik leunde achterover. “Dan ben je misschien niet de juiste man voor mijn dochter.”
Die woorden bleven hangen, zwaar en definitief.
Op de terugweg in de auto zei niemand iets. Olivia staarde uit het raam. Ik voelde een knoop in mijn maag die niet wegging.
Toen we thuis waren, brak ik de stilte.
“Waarom heb je me nooit verteld dat je ouders zo… betrokken zijn?”
Ze zuchtte diep. “Omdat het altijd zo is geweest. Het is makkelijker om mee te gaan dan om tegen ze in te gaan.”
“Maar je trouwt met míj,” zei ik. “Niet met hen.”
Ze keek me aan, met tranen in haar ogen. “Ik kan hen niet teleurstellen.”
Die zin deed meer pijn dan alles wat haar vader had gezegd.
De dagen daarna probeerde ik het te begrijpen. Ik hield van Olivia. Maar telkens als ik aan die avond dacht, zag ik mijn toekomst voor me: beslissingen die niet van ons zouden zijn, verwachtingen die ik nooit had gekozen, grenzen die steeds verder zouden worden opgeschoven.
Een week later gingen we opnieuw bij haar ouders eten. Ik wilde zeker zijn. Misschien had ik overdreven. Misschien was het een slechte eerste indruk.
Ik had het mis.
Hendrik begon meteen over een huwelijkscontract.
“Voor de zekerheid,” zei hij. “Ons vermogen moet beschermd blijven…………