Histoire 10 2058 55

Mijn knieën begaven het. Ik greep de tafel vast om niet te vallen.

“Je liet me geloven dat mijn lichaam faalde,” zei ik. “Dat ík iets fout had gedaan.”

Hij huilde nu openlijk.

“Het spijt me. Ik dacht dat ik je beschermde.”

Ik draaide me om naar zijn moeder.

“Waar is mijn kind?” vroeg ik.

Ze antwoordde niet.

“WAAR IS MIJN KIND?” schreeuwde ik.

Zijn tante fluisterde, bijna onhoorbaar:

“Geplaatst. Bij een familie. Discreet.”

Ik voelde iets in mij breken. Niet langzaam. In één klap.

“Jullie hebben mijn kind weggenomen,” zei ik ijzig. “En dachten dat ik te dom was om het ooit te begrijpen.”

Mijn schoonmoeder rechtte haar rug.

“Het was beter zo,” zei ze koel. “Voor iedereen.”

Dat was het moment waarop ik wist:

Dit ging niet alleen over een leugen.

Dit ging over controle. Over wie zij vonden dat ik mocht zijn.

Ik pakte mijn jas. Mijn handen trilden, maar mijn stem niet meer.

“Ik ga mijn kind vinden,” zei ik. “En jullie zullen me niet tegenhouden………….

Lees verder op de volgende pagina.

Laisser un commentaire