„Vertrekken?” herhaalde ik, mijn stem overslaand. „Anna, ik heb mijn hele leven gewacht om vader te worden. Ik zou nooit… ik zou nooit weglopen.”
Ze haalde diep adem, en haar schouders trilden. „Hij was een fout. Een stomme, impulsieve fout. Eén keer. Het betekende niets. Maar toen ik ontdekte dat ik zwanger was… wist ik niet wie de vader was. En toen de dokter zei dat de termijn niet overeenkwam… ik kreeg paniek.”
„Waarom hield je me dan aan het lijntje?” Ik voelde de warmte van woede opkomen, vermengd met een diepe, allesverzengende pijn. „Waarom liet je me de babykamer schilderen? Waarom liet je me namen kiezen? Waarom liet je me dromen?”
Ze keek naar de grond. „Omdat ik wilde dat het waar was. Omdat jij alles bent wat ik me ooit heb gewenst… behalve eerlijkheid, blijkbaar.”
Thomas trok ongemakkelijk aan zijn jas. „Misschien moeten we gaan,” zei hij zacht tegen haar. „Hij hoeft dit niet nog erger te maken.”
Ik balde mijn vuisten. „ ‘Hij’? Thomas, jij hebt geen recht om mij hier als een indringer neer te zetten. Jij wist van mij. Jij wist dat ze verloofd was.”
Hij zweeg. En dat was al antwoord genoeg.
Mijn blik gleed naar de baby. Zó klein. Zó onschuldig. Iets in mijn borst brak opnieuw, maar dit keer zachtjes. Geen woede, maar verdriet. Voor iets wat nooit van mij geweest was… maar wat ik in mijn hart al líefhad voordat het überhaupt bestond.
„Waarom mocht ik niet bij de bevalling zijn?” vroeg ik, mijn stem schor.
Anna slikte. „Omdat ik bang was dat je het zou weten. Dat je zou zien dat hij niet op jou lijkt. Dat je… zou breken.”
„Je had mij die keuze moeten laten,” zei ik. „Daar had ik recht op.”
Ik voelde mijn keel dichtknijpen. De lucht werd zwaar. Ondraaglijk.
Ik moest weg — nu — of ik zou instorten waar ik stond…………..