Gerald en ik wisten dat een simpele preek niets zou veranderen. Onze kinderen waren volwassen nu; ze geloofden dat ze gelijk hadden. Het enige wat hen zou wakker schudden, was een confrontatie met de gevolgen van hun gedrag.
Dus begonnen we ons “praktisch plan”.
We maakten een afspraak met onze advocaat, mevrouw Hensley. Ze luisterde zwijgend terwijl we uitlegden wat er gebeurd was. Toen we klaar waren, glimlachte ze op een manier die verried dat ze vaker met dit soort problemen te maken had gehad.
„U wilt hen laten zien dat geld nooit een recht is, maar een geschenk,” zei ze.
„Precies,” antwoordde Gerald.
Samen stelden we een nieuwe versie van ons testament op. Niet hetzelfde als voorheen. Deze keer met een voorwaarde. Een heel eenvoudige, maar strenge: onze kinderen zouden geen cent erven tenzij ze ons respectvol behandelden, ons nooit onder druk zetten voor geld, en nooit zouden eisen wat niet van hen is. En nog iets: mochten ze in de toekomst hun toon hervatten of ons geld als vanzelfsprekend beschouwen, zou hun erfenis automatisch worden overgedragen aan goede doelen.
Mevrouw Hensley keek ons aan nadat we alles ondertekend hadden. „Dit zal een interessante dag worden voor uw kinderen.”
Gerald knikte. „Dat is precies de bedoeling.”
—
We nodigden de kinderen opnieuw uit, dit keer niet voor lunch maar voor een „serieuze bespreking.” De sfeer in de woonkamer was gespannen. Ze zaten weer naast elkaar, alsof ze klaar waren om nog eens een “interventie” te houden. Alleen deze keer hadden wij woorden voorbereid die ze nooit zouden vergeten………