Zijn toon prikte dieper dan hij verwachtte. Het klonk alsof mijn dochters niet genoeg waren, alsof ze tweede keuze waren. Alsof ik tekortschiet.
“We hebben het hier al zó vaak over gehad,” zei ik. “Waarom is een zoon zo belangrijk? Onze dochters zijn waardevol genoeg.”
Dat gesprek werd een ruzie. Een echte. Harde woorden, verwijten, stilte. En toen gebeurde iets dat me koud maakte.
“Je wilt dus nooit proberen een zoon te krijgen?” zei hij uiteindelijk, zuchtend.
“Je vraagt niet om proberen,” antwoordde ik. “Je eis is dat ik moet bevallen totdat jij tevreden bent.”
Silas keek weg. “Ik zeg niet dat… maar wie weet, als jij niet wilt… misschien past ons leven dan niet samen.”
Zijn woorden waren vaag, maar duidelijk genoeg: als ik geen zoon wou baren, was hij bereid ons huwelijk te riskeren.
Die nacht sliep hij met zijn rug naar me toe. Ik lag wakker. Niet door angst om hem kwijt te raken, maar door iets anders: woede, teleurstelling… en een plan. Een plan dat hem precies ging laten voelen wat hij van mij vroeg: onbegrensde opoffering.
De volgende ochtend stond ik vroeg op. Hij sliep nog. Ik pakte een tas met kleren en wat spullen, nam de auto en reed naar mijn overleden moeder haar oude huisje op het platteland. Rustig, gezellig, en vooral: ver weg……..