Histoire 10 08 22

Op het scherm zag ik Noah op de speelplaats.

Hij zat alleen op het bankje naast de zandbak. Hij praatte. Hij lachte. Hij knikte alsof iemand tegenover hem stond.

Maar er was niemand.

Geen kind. Geen leerkracht. Niemand.

Mijn hart begon wild te kloppen.

— Spoel terug… fluisterde ik.

De directrice deed het.

Opnieuw hetzelfde beeld.

Noah die ruimte maakte op het bankje, alsof iemand naast hem ging zitten.

Noah die luisterde.

Noah die plots zijn hand uitstak… alsof hij iemands hand vasthield.

Mijn benen werden slap.

— Ziet u iemand bij hem? vroeg de directrice zacht.

Ik schudde mijn hoofd.

Maar toen gebeurde er iets nog vreemders.

Het beeld flikkerde een fractie van een seconde — een storing, een schaduw, een vage vorm naast Noah.

Daarna was het weer weg.

Ik voelde koude rillingen over mijn rug lopen.

Die avond vroeg ik Noah rustig:

— Lieverd… hoe ziet Ethan eruit als hij bij je komt?

Noah keek me verbaasd aan.

— Zoals altijd, mama.

— Bedoel je… zoals vroeger?

Hij knikte.

— Hij draagt zijn blauwe jas. Die met de kapotte rits. En hij zegt dat papa niet schuldig is.

Mijn adem stokte.

Die jas…

Ethan droeg die de dag van het ongeluk.

Noah kon dat niet weten. We hadden hem dat nooit verteld………………….

Lees verder op de volgende pagina.

Laisser un commentaire