Derek stond een moment stil in de deuropening.
De man in het nette pak keek hem rustig aan, maar er lag iets ernstigs in zijn blik.
“Ben jij Derek?” vroeg hij nogmaals.
Derek knikte voorzichtig. “Ja… waarom?”
De man glimlachte licht. “Je hebt gisteren een hond uit de rivier gered.”
Derek haalde zijn schouders op. “Ja… hij viel in het water. Iedereen zou hetzelfde doen.”
De man schudde langzaam zijn hoofd.
“Nee,” zei hij zacht. “Niet iedereen springt in een ijskoude rivier terwijl hij zelf een ernstige ziekte heeft.”
Derek voelde zijn hart sneller kloppen.
“Hoe weet u dat?”
De man wees naar de zwarte SUV.
“Mag ik even binnenkomen? Ik denk dat jij en je moeder dit moeten horen.”
Een paar minuten later zaten Derek en zijn moeder aan de kleine keukentafel.
De man stelde zich voor.
“Mijn naam is Victor Laurent,” zei hij. “Ik ben zakenman… en de hond die jij hebt gered, Max, is van mijn dochter…………..