Elke keer dat ik thuiskwam, zat er een tandenstoker in mijn slot. In plaats van de politie te bellen, besloot ik wraak te nemen — op mijn eigen manier.
Na het bekijken van de beelden bleef ik stokstijf staan.
“WAT IS DIT IN HEMELSNAAM?” fluisterde ik, terwijl mijn hart in mijn keel klopte.
Op het scherm zag ik mezelf… of beter gezegd: mijn voordeur. Het was laat in de avond, bijna middernacht. De straat was leeg, de lantaarns flikkerden zacht. En toen verscheen er iemand in beeld.
Een vrouw.
Ze droeg een lange jas, haar capuchon diep over haar gezicht getrokken. Ze keek om zich heen, zenuwachtig, alsof ze elk moment betrapt kon worden. Daarna haalde ze iets uit haar zak — een tandenstoker — en duwde die zonder aarzeling in mijn slot. Met een precisie die angstaanjagend was. Alsof ze dit al vaker had gedaan.
Mijn maag draaide zich om.
Het was geen willekeurige daad. Dit was gepland.
De volgende ochtend liet ik mijn broer de beelden zien. Hij werd lijkbleek.
“Ken je haar?” vroeg hij.
Ik knikte langzaam.
Helaas wel.
Het was Sophie. Mijn buurvrouw.
Altijd vriendelijk. Altijd glimlachend. De vrouw die me koekjes bracht toen ik hier net kwam wonen. Dezelfde vrouw die me ooit had gevraagd wat mijn werktijden waren, “uit pure interesse”.
Ik voelde woede opborrelen, maar ook iets anders… vastberadenheid.
“Geen politie,” zei ik. “Nog niet.”
De dagen daarna deed ik alsof er niets aan de hand was. Ik groette haar zoals altijd. Glimlachte. Vroeg hoe het ging. Zij speelde haar rol perfect — alsof ze niet elke avond probeerde mij buiten mijn eigen huis te sluiten.
Maar ondertussen bereidde ik mijn plan voor.
Ik veranderde mijn werktijden. Liet lichten aan en uitgaan met timers. En vooral: ik installeerde nog een camera, deze keer binnen, gericht op de hal…………….