Alles.
Ik begon te huilen. Niet zachtjes.
Hard.
Zes maanden lang had ik gedacht dat ik alleen maar probeerde te overleven.
Maar zij had al vooruitgedacht.
Ze had me beschermd.
Toen viel mijn oog op de vier enveloppen.
Ik pakte die van de oudste, Mateo (9).
Binnenin zat een brief.
“Lieve schat, als je dit leest, ben ik niet meer bij je. Maar ik ben altijd trots op jou. Jij bent sterk. Help oma als het moeilijk wordt.”
Mijn tranen vielen op het papier.
Ik kon de andere brieven niet meteen lezen. Het was te veel.
Maar één zin uit de hoofdbrief bleef door mijn hoofd echoën:
“Mama, vertrouw niemand binnen het bedrijf. Als er ‘iets’ met ons gebeurt, was het geen toeval.”
Mijn hart sloeg sneller.
Was het vliegtuigongeluk…?
Nee.
Dat kon niet.
Of toch?
Ik keek naar de harde schijf.
Ik wist niet hoe ik ermee moest omgaan.
Maar ik wist één ding:
Dit was niet zomaar een pakket.
Dit was een verantwoordelijkheid.
Diezelfde avond, nadat de kinderen sliepen, belde ik een oude vriend van mijn overleden man. Hij was advocaat geweest.
“Ik heb iets ontvangen,” zei ik zacht. “En ik denk dat het belangrijk is.”
Twee dagen later zat ik in zijn kantoor.
Hij bekeek de documenten.
Zijn gezicht werd ernstig.
“Dit is explosief,” zei hij.
“Wat betekent dat?”
“Dit betekent dat als dit naar buiten komt, meerdere hoge functies in gevaar zijn. En als jouw dochter gelijk had… dan moeten we voorzichtig zijn.”
Mijn hart bonsde.
“Ik ben 71,” zei ik. “Ik wil alleen mijn kleinkinderen beschermen.”
Hij keek me lang aan.
“Dan doen we het slim.”
Wat volgde waren weken van discretie.
Kopieën werden veiliggesteld.
Bewijs werd via anonieme kanalen doorgestuurd.
Onderzoek werd geopend — zonder dat mijn naam werd genoemd.
En langzaam begonnen er dingen te gebeuren.
Nieuwsartikelen………….