“Mama…” fluisterde Emma. “Is papa gevaarlijk?”
“Ik hoop van niet,” antwoordde Laura eerlijk. “Maar soms brengen mensen zichzelf in problemen waar ze niet meer uit raken.”
Emma gleed dichter tegen haar aan. Het huis voelde ineens groot, leeg en vol echo’s die ze niet eerder had gehoord.
—
Later die middag
Laura was rusteloos. Ze liep heen en weer, keek om de paar minuten uit het raam, controleerde de sloten opnieuw. Emma volgde haar elke beweging met wijd open ogen.
“Mama… wat gaan we vanavond doen?”
“We gaan naar Caroline,” zei Laura. “En daarna naar de politie. Zodra zij de documenten afgeeft, is dit eindelijk voorbij.”
Emma knikte, maar ze kon de knoop in haar buik niet wegdenken. Haar hoofd zat vol vragen.
Waarom had Caroline zo geheimzinnig gedaan? Waarom nu, na al die jaren?
En belangrijker: waar was haar vader al die tijd geweest?
—
Zes uur
Ze reden naar het kantoor van Caroline, een klein gebouw aan de rand van de stad. De lichten binnen waren aan. Het gaf Emma een beetje rust.
Maar toen ze uitstapten, zag Laura iets dat haar onmiddellijk deed verstijven.
De voordeur stond op een kier.
“Blijf achter me,” fluisterde ze.
Ze duwde de deur voorzichtig open. Het kantoor was stil. Te stil.
“Caroline?” riep Laura zacht.
Geen antwoord.
Emma voelde haar hart in haar keel bonzen. Ze stapte langzaam naar binnen, zich vasthoudend aan de mouw van haar moeder. De lucht rook vreemd… alsof iemand net was weggegaan.
Op Caroline’s bureau lag de dikke envelop — precies zoals Emma die eerder had gezien.
Maar Caroline zelf was nergens te zien.
En toen… zagen ze het papiertje eronder.
Met haastige, nerveuze letters stond erop:
“Laura, hij weet dat jullie komen. Ga meteen weg. Vertrouw niemand.”
Emma’s adem stokte.
Laura greep haar hand.
“Nu weg,” zei ze zonder aarzeling. “Ren.”
En in dat moment wist Emma dat dit niet zomaar een familiegeheim was.
Dit was het begin van iets veel groter — en veel gevaarlijker.