Ik voelde mijn hart sneller kloppen toen ik de woorden las. De notaris keek me vriendelijk aan, alsof hij begreep dat dit meer was dan zomaar een brief. Mijn stiefvader trok wit weg, zijn handen knepen hard in de armleuningen van de stoel. Hij had dit duidelijk niet verwacht.
Ik vouwde het papier voorzichtig open, alsof het uit elkaar kon vallen als ik te hard bewoog. Het handschrift van mijn moeder—zacht, schuin, vertrouwd—sprak rechtstreeks tot mij.
« Ik weet dat hij je heeft buitengesloten, » stond er. « Maar jij bent mijn kind, mijn eerste liefde in dit leven. Ik heb iets apart gehouden, ver weg van zijn handen. Vraag de notaris naar het kleine kluisje. »
Ik keek op. « Het kluisje? » vroeg ik aarzelend.
De notaris knikte en haalde een metalen doosje onder de tafel vandaan. Het was verzegeld, en alleen ik mocht tekenen voor de sleutel. Mijn stiefvader kwam overeind, zijn gezicht rood van woede……
