Maar waarom zou mijn man de deur op slot doen? Waarom liet hij me niet gewoon bellen?
Ik hinkte naar het raam. Buiten was het donker, de straatlantaarns wierpen gelige kringen op het natte asfalt. De auto stond nog op de oprit. Geen beweging. Geen teken van Collins of zijn moeder.
Ik voelde tranen opkomen, niet van pijn maar van angst.
Plotseling trilde iets in de kast. Ik verstijfde. Nog een keer — een klein geluid, alsof iets tegen het hout tikte.
Met moeite trok ik de kastdeur open. Binnenin, tussen een stapel handdoeken, lag mijn telefoon.
Met trillende vingers greep ik hem. Geen batterij. Natuurlijk.
Ik zocht naar het stopcontact, maar de oplader was verdwenen.
Mijn gedachten tolden. Was dit een misverstand? Een grap? Een slecht plan van Collins om me te “beschermen”?
Toen hoorde ik een stem vanachter de deur. Zacht, maar duidelijk:
“Je moet begrijpen… het is beter zo…….
