De klink bewoog niet. Ik duwde, trok, maar het slot gaf geen millimeter mee.
Toen hoorde ik voetstappen. Zacht, aarzelend.
“Collins? Ben jij dat?”
De voetstappen stopten vlak achter de deur. Een schaduw bewoog onder de kier.
“Waarom heb je me opgesloten?” Mijn stem trilde.
Geen antwoord. Alleen datzelfde krassende geluid — en een nieuw briefje gleed onder de deur.
“Blijf binnen. De dokter komt straks.”
De dokter? Niemand had iets gezegd over een dokter. Mijn hartslag versnelde. Ik probeerde te bedenken of ik iets verkeerd had gehoord in het ziekenhuis. Misschien was ik verward door de pijnstillers……
