Die avond belde ik tante Marlene, de zus van mijn moeder. Zij was altijd mijn steunpilaar, degene die mijn verdriet begreep. Toen ik haar vertelde wat er was gebeurd, bleef het lang stil aan de andere kant van de lijn. Ik hoorde alleen haar ademhaling, zwaar en traag.
“Lieverd…” zei ze uiteindelijk. “Er is iets dat je moet weten. Iets dat ik je nooit eerder heb durven vertellen. Maar misschien is het tijd.”
Mijn hart sloeg sneller. “Wat bedoel je?”
“Ik heb Sandra in een val gelokt,” vervolgde ze met een lage stem. “En ik denk dat jij de waarheid moet horen.”
Ik wist niet wat ik hoorde. Mijn tante, altijd zo zorgzaam en verstandig, sprak nu met een geheimzinnigheid die me kippenvel bezorgde.
“Jouw moeder wist dat Sandra haar met afgunst bekeek. Nog voor ze stierf, heeft ze me toevertrouwd dat ik… voorzorgsmaatregelen moest nemen. Ze zei: ‘Als er ooit iemand probeert mijn herinnering te vernietigen, dan moet de waarheid bovenkomen…….
