Ik voelde iets wat ik moeilijk kon uitleggen. Misschien medelijden, misschien iets diepers. Zonder echt na te denken zei ik:
„Als je wilt, kun je met mij meegaan. Ik heb niet veel, maar wel een dak boven mijn hoofd… en een plek voor iemand die echt wil beginnen.”
Ze keek me aan alsof ze niet geloofde wat ze hoorde. De mensen om ons heen fluisterden: “Hij is gek geworden! Een bedelares trouwen?”
Maar na enkele dagen kwam ze naar mijn huis — verlegen, maar met een glimlach. En zo, tegen alle verwachtingen in, trouwden we.
Onze bruiloft was eenvoudig. Een paar stoelen, een tafel met eten, wat glimlachende buren die meer uit nieuwsgierigheid dan uit blijdschap kwamen kijken. Maar voor mij voelde het als het begin van iets groots.
—
De eerste maanden waren moeilijk. Hanh kende het leven op het platteland niet. Ze liet het water overkoken, vergat de kippen te voeren en sneed haar vingers tijdens het koken. Toch klaagde ze nooit. Ze lachte, oefende, en vroeg me telkens:
„Heb ik het nu goed gedaan?”
Langzaam veranderde ons huis. Waar ooit stilte hing, hoorde je nu gelach, gepraat en het ritselen van haar jurk terwijl ze door de tuin liep. Ik begon me weer jong te voelen.
Een jaar later werd onze zoon geboren. Twee jaar daarna onze dochter. Wanneer ik hen hoorde roepen „Papa!” en „Mama!”, voelde ik dat mijn beslissing juist was geweest………
