Ik volgde hem, het hart bonzend in mijn keel. Het huis rook naar schimmel en oud hout. In de woonkamer stond een wieg – oud, stoffig, maar met een kussen dat er vers uitzag.
Mijn adem stokte. “Ryan… wie heeft dit hier neergezet?”
Hij stond ervoor, starend, zijn lippen bewogen zonder geluid.
Toen fluisterde hij: “Ze heeft haar teruggebracht.”
Ik stapte dichterbij. Op het kussen lag iets kleins – een knuffel. Niet zomaar een.
Een identieke knuffel als die Lily in haar wieg had.
Mijn hart sloeg over. “Ryan… heb jij dit gedaan?”
Hij schudde zijn hoofd. “Nee. Ik zweer het.”
De vloer kraakte boven ons.
Eén stap. Nog één.
Ik kneep mijn ogen dicht. “Wie is daar?” riep ik, mijn stem hoog.
Geen antwoord. Alleen dat geluid — langzaam, slepend, alsof iemand blootsvoets liep.
Ik greep Ryans arm. “We gaan hier weg. Nu.”
Hij keek nog één keer naar de wieg, en toen naar mij. “Misschien… misschien wil ze gewoon dat ik haar vergeef.”
Ik trok hem mee naar buiten, door de regen. Hij verzette zich niet……..