Toen ze volwassen werd, kwam Louis in haar leven. Een charmante man, goed gekleed, met mooie woorden — maar in zijn ogen zag Robert iets dat hem zorgen baarde.
“Amber,” had hij gezegd, “die man deugt niet. Hij behandelt mensen slecht.”
Maar zij lachte het weg.
“Papa, je overdrijft. Hij houdt van me.”
Elke waarschuwing veranderde in ruzie. Elke zorg werd gezien als controle.
Op een dag stond ze voor hem, klaar om te trouwen.
“Papa, geef me je zegen.”
Hij keek haar recht aan.
“Ik kan dat niet. Hij is niet goed voor jou.”
Louis boog zich naar haar toe en fluisterde:
“Luister niet naar de oude man.”
Amber’s ogen vulden zich met tranen.
“Het is mijn leven, papa. Ga weg!”
Robert verliet het huis die avond, nat van de regen en gebroken van binnen. Toch bad hij in stilte:
“God, bescherm haar. Laat haar gelukkig zijn, ook zonder mij…….
