Ik liep door de gang, langs de foto’s van vroeger.
Toen zag ik een lichtstraal onder de kelderdeur vandaan komen.
Het was het enige licht in het hele huis.
Langzaam liep ik de trap af. Elke trede kraakte onder mijn voeten.
Beneden was het koel, de lucht vochtig.
En daar stond ze.
Bij de achterste muur van de kelder, verstijfd, met haar rug naar me toe.
Ze draaide zich langzaam om toen ze mijn stem hoorde.
“Wat dóe je hier?” vroeg ik scherp.
Ze schrok, haar ogen groot.
“Het is niet wat je denkt,” zei ze snel.
Ik kneep mijn ogen samen.
“Wat ís het dan? En waarom is de deur geforceerd?”
Ze haalde diep adem.
“Ik wilde je verrassen,” zei ze zacht.
“Verrassen? Door in te breken in mijn moeders huis?”
Ze slikte. “Ik had de sleutel niet bij me, ik dacht… het slot klemde misschien. Ik wilde gewoon iets doen voordat jij kwam.”
Ik keek haar aan, nog steeds op mijn hoede.
“Wat doe je dan precies?”
Ze stapte opzij, en toen zag ik het.
Aan de muur hing een vergeeld schilderij van mijn moeder — een portret dat ik in jaren niet had gezien.
Daarnaast stonden dozen open: oude fotoalbums, briefjes, kleine dingen uit haar leven.
En op de vloer lag iets wat ik niet verwachtte: een klein houten doosje, open, gevuld met brieven…………