“Eén. Maar ik heb hem moeten afstaan. Ik hoop dat hij gelukkig is.”
Ik slikte. Ze had geen idee dat ze op dat moment tegen die zoon sprak.
Na maanden besloot ik dat ik haar de waarheid moest vertellen. Ik had geen plan, geen groot gebaar in gedachten. Alleen de brief in mijn jaszak, die ik al die tijd had bewaard.
Die avond wachtte ik buiten tot haar dienst voorbij was. Ze kwam naar buiten, moe maar met diezelfde vriendelijke blik. Toen ze me zag, glimlachte ze.
“Je bent er weer,” zei ze. “Je komt echt vaak eten, hè?”
Ik knikte, maar dit keer kon ik niet glimlachen.
“Er is iets dat ik u moet vertellen,” zei ik zacht.
Ze keek me nieuwsgierig aan. Ik haalde diep adem en haalde de oude, vergeelde brief uit mijn zak.
“Ik… denk dat deze van u is.”
Ze fronste. Haar handen begonnen te trillen toen ze de brief aannam. Ze vouwde hem open en keek naar de woorden, naar haar eigen handschrift — jong, nerveus, maar onvergetelijk. Haar ogen vulden zich met tranen nog voor ze het einde had bereikt…….
