Christopher’s kaken spanden. “Liefde is niet bezit, moeder. Het is geven, niet nemen.”
Ze knikte, maar hij liep weg, richting de kraamafdeling, waar een klein nieuw leven op hem wachtte.
—
In de kamer was het stil. De zachte piep van de monitor vulde de lucht. Elena lag bleek maar levend, haar haar plakte aan haar voorhoofd. In een klein wiegje naast haar lag een bundeltje, ademend, piepklein maar krachtig.
Christopher pakte voorzichtig haar hand.
“Hij leeft,” fluisterde ze zwak.
“Hij leeft,” herhaalde hij, en drukte een kus op haar vingers. “Hij is prachtig.”
Haar lippen vormden een glimlach. “Hoe noem je hem?”
Hij keek naar haar, en dan naar het kind. “Noah. Betekent ‘rust na de storm’.”
Tranen vulden Elena’s ogen. “Dat is mooi…”
—
De volgende dag kwam Beatrice, met een boeket witte lelies in haar handen. Ze bleef in de deuropening staan, onzeker, haar stem fluisterend……….