Die avond zat ik in mijn appartement, het geluid van de regen tikkend tegen het raam. Op tafel lag het rapport van het ziekenhuis. Bovenaan:
Vader: Alexander Hayes
Kind: Luna Hayes
Mijn hand trilde terwijl ik de papieren dichtvouwde. Toen besloot ik het te doen. Ik zocht Sarah’s naam op in oude berichten. Geen telefoonnummer meer, maar ik vond een oud e-mailadres.
Ik typte:
> “Sarah, het spijt me dat ik dit zo moet vragen, maar… heb jij een dochter?”
Ik drukte op verzenden en wachtte. Dagen gingen voorbij zonder antwoord.
Totdat op een avond mijn telefoon trilde. Eén bericht.
> “Alex… ik weet niet hoe ik dit moet uitleggen. Kunnen we praten?”
—
We spraken af in een café aan de rand van de stad. Toen ik haar zag binnenkomen, herkende ik haar meteen — dunner, bleker, maar nog steeds met die zachte blik.
Ze ging tegenover me zitten, haar handen om een kop thee geklemd.
“Ik wist niet dat je haar gevonden had,” zei ze met een trilling in haar stem.
Ik keek haar aan, mijn hart bonsde. “Dus het is waar? Luna is… van ons?”
Ze knikte, tranen in haar ogen.
“Toen we uit elkaar gingen,” begon ze, “wist ik nog niet dat ik zwanger was. Ik wilde je niet weer hoop geven. En toen ik hoorde over complicaties, dacht ik dat het beter was om weg te blijven…..