Ik draaide me om.
Daar stond een oude man in een lange regenjas, zijn gezicht diep getekend, maar zijn ogen zacht. Hij liep langzaam naar ons toe, met een wandelstok in zijn hand. Iedereen week instinctief een beetje opzij.
Hij bukte een beetje en glimlachte naar Emma. “Dat is beter, hè, kleintje?” zei hij zacht. Zijn stem was warm, bijna melodieus.
Hij richtte zich op en keek de vrouw met de paraplu recht aan. “Weet u,” zei hij kalm, “toen mijn vrouw ziek was, stond ik ook eens in een apotheek met onze baby. Ze huilde. Niemand hielp ons. Iedereen keek alleen maar afkeurend. Die dag beloofde ik mezelf: als ik ooit iemand zie die hulp nodig heeft, dan zal ik niet wegkijken.”
De vrouw keek beschaamd weg. De mensen in de rij zwegen. Alleen het getik van de regen vulde nog de ruimte.
De oude man draaide zich naar de apothekersbalie. “Deze jonge moeder wacht al een uur,” zei hij vriendelijk maar beslist. “Misschien kunt u haar helpen, zodat ze naar huis kan met haar zieke kindje?………