William voelde hoe zijn hart sneller begon te kloppen. De naam Reed had hij al maanden niet meer hardop gehoord. Sinds het overlijden van zijn vrouw Grace had hij zich volledig op zijn werk en op de zorg voor kleine Lily gestort. Toch bleef het verdriet als een schaduw over zijn leven hangen.
De oudere vrouw keek Ava streng aan.
« Niet hier, » zei ze zacht. « Dit is niet het juiste moment. »
Maar William schudde zijn hoofd.
« Nee, » antwoordde hij. « Als mijn vrouw ter sprake komt, wil ik weten waarom. »
Ava haalde diep adem terwijl Lily opnieuw rustig tegen haar schouder werd gelegd. Wonder boven wonder stopte het huilen vrijwel direct.
« Mijn moeder werkte vroeger samen met Grace, » begon Ava voorzichtig. « Niet op kantoor, maar als vrijwilliger in een opvanghuis voor jonge moeders. »
William fronste.
« Grace heeft me daar nooit iets over verteld. »
« Dat deed ze bewust, » zei Ava. « Ze wilde geen aandacht voor wat ze deed. Ze zei altijd dat echte hulp geen applaus nodig heeft. »
De oudere vrouw knikte langzaam.
« Dat klopt, » zei ze. « Ik ben Miriam. Ik leidde dat opvanghuis. Grace kwam jarenlang elke week langs. »
William wist niet wat hij hoorde. Hij had gedacht dat hij alles wist over zijn vrouw, maar dit hoofdstuk van haar leven was hem volledig onbekend.
Ava glimlachte voorzichtig.
« Ik was toen nog een klein meisje. Mijn moeder had het moeilijk nadat mijn vader ons had verlaten. Grace hielp ons met boodschappen, schoolspullen en zelfs mijn inschrijving voor wiskundewedstrijden. »
Ze wees naar de speldjes op haar rugzak.
« Deze herinneren me eraan dat iemand ooit in mij geloofde. »
William voelde een brok in zijn keel………….