Histoire 17 17 034

De regen was nog niet gestopt toen Valeria haar laptop langzaam dichtklapte.

De naam bleef in haar hoofd hangen.

Fernando Castillo.

Een man die hoorde bij een wereld waar zij ooit deel van uitmaakte… en die ze dacht voorgoed verloren te hebben.

Maar dit voelde anders.

Niet als een herinnering.

Als een begin.

De dagen daarna verliepen stil.

Te stil.

Parijs ging door alsof niets was gebeurd. Mensen lachten in cafés, taxi’s raasden langs natte straten, en ergens in de stad leefde haar ex-man zijn perfecte nieuwe leven.

Maar in haar kleine studio veranderde iets.

Valeria begon weer te werken.

Langzaam.

Voorzichtig.

Ze opende oude bestanden, bekeek ontwerpen die ze ooit had gemaakt, ideeën die ze had opgegeven toen haar leven volledig om Alejandro draaide.

Sofía kwam elke ochtend langs.

Met koffie.

Met nieuws.

Met realiteit.

“Je moet niet alleen overleven,” zei ze op een ochtend. “Je moet terugkomen.”

Valeria keek haar aan.

“En hoe doe ik dat?”

Sofía glimlachte licht.

“Niet door te kijken naar wat je verloren hebt. Maar naar wat je nog steeds hebt.”

Op de derde dag pakte Valeria de kaart opnieuw op.

Zwart.

Eenvoudig.

Elegant.

Ze aarzelde.

Toen belde ze.

Eén keer.

Twee keer.

Bij de derde toon werd er opgenomen.

“Castillo.”

Zijn stem.

Rustig.

Onveranderd.

“Met Valeria,” zei ze zacht.

Een korte stilte.

Niet ongemakkelijk.

Bewust.

“Ik vroeg me af wanneer je zou bellen,” antwoordde hij.

Ze slikte.

“Waarom?”

“Omdat je niet iemand bent die dingen laat eindigen zonder een nieuw begin te zoeken.”

Valeria wist niet wat ze moest zeggen.

Dus zei ze de waarheid.

“Ik weet niet waar ik moet beginnen.”

Fernando’s antwoord kwam zonder aarzeling.

“Dan begin je niet. Je komt gewoon langs.”

Zijn kantoor bevond zich niet in een toren zoals die van Alejandro.

Geen glas.

Geen koude luxe.

Maar een oud gebouw met hoge plafonds en houten vloeren die zacht kraakten bij elke stap.

Warm.

Stil.

Echt.

Toen Valeria binnenkwam, stond hij al op haar te wachten.

Geen assistenten.

Geen afstand.

Alleen hij.

“Je ziet er sterker uit dan die nacht,” zei hij.

Ze glimlachte zwak.

“Ik voel me nog niet zo.”

Hij knikte.

“Dat komt nog.”

Wat begon als een gesprek…

werd een routine…………..

Lees verder op de volgende pagina.

Laisser un commentaire