en niets anders.
—
Geen pannen op het vuur.
Geen geur van eten.
Geen voorbereiding.
—
Alleen stilte.
—
Zijn moeder bleef in de deuropening staan.
—
“Waar is het eten?” vroeg ze langzaam.
—
Alsof ze dacht dat het ergens verstopt lag.
—
Maurice kwam achter haar staan.
Zijn gezicht gespannen.
Zijn glimlach geforceerd.
—
Hij keek naar mij.
—
Ik zat rustig aan de eettafel.
Met een glas water.
Volledig kalm.
—
“Valerie…” zei hij zacht, maar met een waarschuwing in zijn stem.
“Doe normaal. Mensen wachten.”
—
Ik keek hem aan.
—
“Op wat precies?” vroeg ik.
—
De kamer werd stil.
—
Zijn broer fronste.
Zijn tante keek om zich heen.
—
“Op het eten,” zei zijn moeder kortaf.
—
Ik knikte langzaam.
—
“Dat had Maurice moeten regelen,” zei ik.
“Heeft hij toch zelf gezegd?”
—
Een paar mensen wisselden blikken uit.
—
“Wat bedoel je?” vroeg iemand.
—
Ik stond rustig op.
Pakte mijn map van de kast.
—
“Drie weken geleden,” begon ik,
“heeft Maurice besloten dat we ons eten volledig gescheiden houden.”
—
Ik keek hem recht aan.
—
“Zijn woorden waren: ‘Koop je eigen eten en stop met van mij te leven.’”
—
Een ongemakkelijke stilte viel.
—
Zijn moeder draaide zich naar hem.
—
“Heb jij dat gezegd?…………….