Ik keek hem aan.
Lang.
Zonder iets te zeggen.
Toen… glimlachte ik.
Niet uit vreugde.
Maar uit begrip.
—
“Goed,” zei ik zacht.
Meer niet.
Geen discussie.
Geen smeekbede.
Geen woede.
—
Diezelfde avond pakte ik een kleine koffer.
Niet veel.
Een paar kleren.
Een oude foto van Laura.
En een map die ik al jaren bewaarde.
Voor het geval dat.
—
Ik vertrok zonder afscheid.
Zoals hij had gevraagd.
—
Zeven dagen later…
ging zijn telefoon.
—
Daniel zat in de woonkamer.
De stilte in huis was zwaar.
Te stil.
Zelfs voor hem.
Hij keek naar het scherm.
Onbekend nummer.
Hij aarzelde… en nam op.
“Met Daniel.”
—
“Goedemiddag,” klonk een formele stem. “Spreek ik met de heer Daniel Ruiz?”
“Ja.”
“Wij bellen u namens het notariskantoor. Het gaat om het testament van uw overleden echtgenote, Laura.”
—
Zijn houding veranderde meteen………………