Ik liep naar de keuken met de borden in mijn handen, maar mijn hoofd draaide.
De woorden van Léo bleven in mijn oren hangen.
“Dis-lui que tu…”
Vertel haar dat je…
Mijn hart bonsde zo hard dat ik even tegen het aanrecht moest leunen. De kraan druppelde zacht. In de woonkamer hoorde ik hun stemmen stoppen, alsof ze merkten dat ze misschien te luid waren geweest.
Ik had twee keuzes.
Doen alsof ik niets had gehoord.
Of teruggaan.
Ik zette de borden neer, haalde diep adem en liep terug naar de eetkamer.
Daniel keek op en glimlachte gespannen.
— Alles goed?
Ik ging weer zitten.
Toen keek ik eerst naar Léo, daarna naar Daniel.
En in het Frans zei ik rustig:
— “Je pense que je devrais entendre la fin de cette phrase.”
(Ik denk dat ik het einde van die zin moet horen.)
De kamer werd doodstil.
Daniel verstijfde.
Léo’s ogen werden groot.
— Jij… spreekt Frans? zei Daniel.
— Al jaren.
Ik keek hem recht aan.
— Dus misschien wil je nu uitleggen wat je zoon probeerde te zeggen.
Daniel wreef met zijn hand over zijn gezicht. Hij leek plots veel ouder.
— Léo… ga even naar boven.
— Nee, zei Léo meteen.
— Ze verdient de waarheid.
Zijn stem was niet boos.
Eerder… moe.
Daniel zuchtte diep.
— Ik wilde je dit later vertellen.
— Wanneer? vroeg ik zacht………….