Janet liet niets merken.
Geen schok. Geen dramatische blik.
Alleen professionaliteit.
Ze keek naar mij. Niet vluchtig. Niet oppervlakkig.
Maar alsof ze controleerde of ik nog aanwezig was in mijn eigen lichaam.
“Mevrouw Lawson,” zei ze rustig, “kunt u alstublieft even meekomen voor een aanvullende verificatie?”
Thomas lachte zacht achter me.
“Zie je? Ik zei toch dat je altijd iets vergeet.”
Ik voelde zijn hand bijna mijn elleboog raken.
Janet stond al op.
“Alleen zij,” voegde ze toe, nog steeds beleefd. “Standaardprocedure.”
Thomas’ glimlach verstrakte.
“Ik ben haar voogd,” zei hij licht, maar met een ondertoon.
“Ik begrijp het,” antwoordde Janet. “Maar dit duurt maar een moment.”
Ik liep.
Niet te snel.
Niet te langzaam.
De gang naar het achterkantoor voelde langer dan hij was.
Mijn hart bonsde zo luid dat ik bang was dat iedereen het kon horen.
Binnen sloot Janet de deur zachtjes.
Ze draaide zich naar me om en haar stem veranderde nauwelijks, maar haar ogen deden dat wel.
“Ben je op dit moment in direct gevaar?”
Ik zei niets.
Ik hoefde niets te zeggen.
Mijn stilte was het antwoord.
Ze knikte bijna onmerkbaar.
“Ik ga nu een interne veiligheidsprocedure starten. Blijf hier. Je bent niet in de problemen.”
Ze pakte de telefoon.
Niet de gewone lijn.
Een andere.
“Dit is Wilcox bij balie zeven,” zei ze kalm. “Code drie. Mogelijke huiselijke onveiligheid. We hebben ondersteuning nodig…………….