Ik sloot mezelf op in het kleine toiletruimte naast de kapel.
Mijn handen trilden.
De muziek buiten klonk gedempt door de muren. Gedempte stemmen. Stoelen die schoven. Het leven dat doorging terwijl het mijne stil leek te staan.
Ik keek naar het gekreukte briefje in mijn hand.
Mijn naam stond erop.
Voor Anna.
Zijn handschrift.
Onmiskenbaar.
Mijn adem stokte.
Met bevende vingers vouwde ik het papier open.
Lieve Anna,
Als je dit leest, betekent het dat ik je niet heb kunnen vertellen wat ik wilde. En dat spijt me meer dan alles.
Ik wist dat ik die avond moest rijden in de regen. Ik wist dat ik moe was. Maar ik wilde op tijd thuis zijn, omdat jij zei dat je het gevoel had dat we elkaar de laatste tijd kwijtraakten. Ik wilde bewijzen dat ik er nog steeds was. Voor jou. Altijd voor jou.
Mijn zicht werd wazig.
Ik slikte en las verder.
Er is iets wat ik je nooit heb verteld. Geen verraad. Geen geheim gezin. Niets dat ons huwelijk breekt. Maar wel iets dat ik droeg zonder het met je te delen.
Zes maanden geleden kreeg ik te horen dat mijn hart zwakker werd. Niet kritiek. Niet meteen gevaarlijk. Maar genoeg om mij bang te maken.
Mijn knieën voelden slap.
Ik wilde je niet laten leven in angst. Jij zorgt altijd voor iedereen. Ik wilde niet dat je ook voor mij zou moeten zorgen uit bezorgdheid. Dus hield ik het stil. Misschien was dat verkeerd.
Tranen vielen op het papier.
Maar luister goed, Anna. Mijn dood was geen ontsnapping. Geen geheim plan. Het was een ongeluk. En als er één ding is dat ik niet wil, dan is het dat jij jezelf ooit de schuld geeft.
Ik sloot mijn ogen even.
De regen.
Die avond had ik hem gevraagd of hij echt nog moest gaan.
Had ik dit veroorzaakt?
Mijn hart bonkte terwijl ik verder las.
Er is nog iets. In de onderste lade van mijn bureau ligt een map met jouw naam erop. Niet omdat je het nodig hebt om te overleven — maar omdat ik wist dat je nooit om iets voor jezelf zou vragen…………………