Elena bleef stokstijf staan in de deuropening. Haar blik ging niet eens eerst naar mij, maar rechtstreeks naar het bundeltje in Lena’s armen. Het huilen was zacht geworden, meer een uitgeput gejammer dan een echte schreeuw.
De stilte tussen hen voelde zwaar, bijna heilig.
“Marcus…” fluisterde ze. “Wat is dit?”
Ik slikte. “Ik kan het uitleggen. Maar eerst—ze hebben het koud.”
Elena knikte langzaam, alsof haar lichaam sneller begreep dan haar hoofd. Ze deed een stap opzij en liet ons binnen. Zonder vragen. Zonder oordeel.
Lena aarzelde, haar schoenen druipend van smeltende sneeuw op het tapijt. Ze keek om zich heen alsof ze elk moment weer de straat op gestuurd kon worden.
Elena pakte een deken van de bank. Haar handen trilden toen ze die voorzichtig over de baby legde.
“Hoe heet hij?” vroeg ze zacht.
“Owen,” zei Lena.
Elena herhaalde de naam, bijna alsof ze hem proefde. “Hoi, Owen.”
De baby stopte met huilen. Niet helemaal, maar genoeg om adem te halen. Zijn ogen bleven gesloten, zijn gezichtje verkreukeld van vermoeidheid.
Ik zag het moment dat Elena’s borstkas schokte. Ze draaide zich snel om, maar ik kende haar te goed. Ze huilde zonder geluid te maken—alsof ze bang was dat zelfs haar tranen te luid zouden zijn.
“Ik maak wat thee,” zei ze hees. “En een fles… als dat goed is.”
Lena knikte heftig. “Ja. Alsjeblieft.”
In de keuken bewoog Elena zich traag, maar doelgericht. Ze pakte een oude fles die we ooit hadden gekregen “voor later”. Ik had die doos maanden geleden in de kelder verstopt omdat ik hem niet kon zien zonder pijn………………