Histoire 11 2099 45

Ik zei “goed” met een stem die ik zelf amper herkende. Niet omdat ik sterk was, maar omdat ik leeg was. Alsof alles wat nog pijn kon doen al eerder was stukgemaakt.

Die nacht sliep ik niet. Niet echt. Ik zat op het randje van het bed bij mijn zus, luisterend naar het zachte gesnurk van June en het onrustige draaien van Iris. Zoe lag wakker, haar ogen open in het donker.

“Mama?” fluisterde ze.

“Ja, lieverd.”

“Hebben wij iets fout gedaan?”

Die vraag brak iets in mij dat zelfs Kevin en Brenda niet hadden kunnen raken.

Ik trok haar tegen me aan. “Nee. Jij nooit. Jullie zijn perfect.”

Ze knikte, maar ik wist dat kinderen soms begrijpen wat volwassenen weigeren te zien.

De dagen daarna voelde ik me alsof ik opnieuw leerde lopen. Ik regelde school, kinderopvang, afspraken bij de dokter. Ik diende de scheiding in, alleen, met een dikke map documenten en een baby die tegen mijn ribben schopte.

Kevin tekende alles zonder weerstand. Geen strijd om de kinderen. Geen tranen. Geen excuses.

“Dit is beter zo,” zei hij. “Voor iedereen.”

Ik keek hem aan en zag een man die nooit had geleerd om te vechten voor iets wat hem niet diende.

De zwangerschap vorderde. Mijn lichaam werd zwaarder, maar mijn geest werd lichter. Elke schop van mijn ongeboren dochter voelde als een bevestiging dat ik het juiste had gedaan.

Brenda liet niets meer van zich horen. Geen telefoontjes. Geen berichten. Alsof wij nooit hadden bestaan.

En eerlijk gezegd? Dat was een opluchting.

Toen de weeën begonnen, was ik alleen met mijn zus. Geen Kevin. Geen schoonfamilie. Geen spanning.

Alleen ik… en mijn dochter.

Ze werd geboren op een regenachtige ochtend. Klein, maar sterk. Haar huil was luid, vastberaden, alsof ze de wereld meteen duidelijk wilde maken dat ze hier was om te blijven.

Ik hield haar vast en fluisterde haar naam:

Hope…………….

Lees verder op de volgende pagina.

Laisser un commentaire