Larisa antwoordde niet meteen. Ze keek naar hem, echt keek, alsof ze hem voor het eerst zag. Niet als haar man van vijftien jaar, niet als de jongen op wie ze ooit verliefd was geworden, maar als wat hij nu was: een boze, afhankelijke man die zijn macht voelde wegglippen.
— “Mijn moeder zal kaviaar eten,” schreeuwde hij verder, zijn vuist op het stuur slaand, “en jij… jij eet pasta! Goedkope pasta! Dat is wat je verdient!”
De woorden waren bedoeld om te snijden.
Maar ze raakten niets meer.
— “Rijd,” zei Larisa rustig. “We staan hier midden op de weg.”
Dat maakte hem nóg woedender. Hij trapte het gaspedaal in, alsof snelheid zijn gelijk kon bewijzen. De rest van de rit zei hij geen woord meer.
Thuis
Toen ze het appartement binnenkwamen, gooide Vadim de boodschappentassen op tafel.
— “Kijk wat je hebt gedaan,” sneerde hij. “Je bent ondankbaar. Egoïstisch. Mijn moeder heeft alles voor mij opgeofferd.”
Larisa hing haar jas netjes op.
Die kalmte maakte hem zenuwachtig.
— “Waar is mijn avondeten?” vroeg hij scherp. “Ik heb honger.”
Ze draaide zich langzaam naar hem om.
— “Ik ga niet koken.”
— “Wat?”
— “Ik zei: ik ga niet koken.”
Hij lachte kort, ongelovig.
— “Doe niet zo belachelijk. Hou op met dat toneel.”
Larisa liep naar de slaapkamer. Ze haalde een map uit de kast en legde die op tafel.
— “Wat is dit?” vroeg Vadim argwanend.
— “De scheidingspapieren.”
Het woord bleef in de lucht hangen, zwaar en definitief.
— “Wat?” Zijn lach verdween. “Je bluft.”
— “Nee.”
— “Je kunt me niet zomaar eruit gooien…………