Ik ben onschuldig! Dit is een val!” huilde Camille terwijl de agenten haar polsen vastpakten.
De hele verdieping stond stil. Medewerkers fluisterden, sommigen keken weg, anderen genoten zichtbaar van het spektakel. Sophie Bernard stond iets verderop, haar armen gekruist, een triomfantelijke glimlach op haar lippen. Claire Dubois deed alsof ze geschokt was, maar haar ogen glinsterden van voldoening.
Élise stond achter haar schoonmaakkar. Ze zei niets. Haar gezicht bleef kalm. Maar in haar borst woedde een storm.
Julien stormde naar voren.
“Wat gebeurt hier in godsnaam?” vroeg hij scherp.
“Fraude,” antwoordde een agent. “Twee miljoen euro illegaal overgemaakt naar de rekening van deze stagiaire.”
Julien keek Camille aan, haar mascara uitgelopen, haar handen trillend.
“Dat klopt niet,” zei hij vastberaden. “Ik ken haar. Ze zou dit nooit doen.”
Sophie mengde zich meteen.
“Feiten zijn feiten, Julien. Het geld staat op háár rekening.”
Élise boog zich langzaam voorover, alsof ze een vlek van de vloer veegde. Niemand merkte dat ze haar kleine oortje activeerde.
“Robert,” fluisterde ze nauwelijks hoorbaar. “Nu.”
Tien minuten later gingen de liften opnieuw open.
Ditmaal stapten geen agenten uit, maar drie mannen en een vrouw in perfect gesneden pakken. Achter hen liep Robert, haar chauffeur. En helemaal vooraan… Élise Valmont.
Niet Marie de schoonmaakster.
Maar Élise Valmont, eigenaresse en CEO van het hele concern.
De ruimte verstijfde.
Sophie werd lijkbleek. Claire zette een stap achteruit.
Julien draaide zich om — en zijn ogen werden groot.
“Moeder…?”
Élise liep langzaam naar voren. Haar stem was rustig, maar sneed door de ruimte als een mes.
“Laat het meisje los……………