De poort was nog geen vijf meter van haar verwijderd toen ze het hoorde.
“Papa… waarom stuur je haar weg?”
De stem was klein. Zacht. Maar scherp genoeg om door alles heen te snijden.
De miljardair, Victor Hale, bleef abrupt staan. Zijn hand nog op zijn telefoon. Zijn blik strak vooruit gericht, alsof hij niet had gehoord.
Maar hij had het gehoord.
Aria stond bovenaan de trap. Blootsvoets. Haar knuffel stevig tegen haar borst gedrukt. Haar ogen niet op Lena gericht, maar recht op haar vader.
“Ze heeft niets verkeerd gedaan,” fluisterde Aria opnieuw. “Dat zei je toch altijd?”
Victor draaide zich langzaam om.
“Ga naar binnen, lieverd,” zei hij kort. “Dit is iets voor volwassenen.”
Aria schudde haar hoofd.
“Nee,” zei ze. “Mama Lena huilt ’s nachts.”
Die woorden deden iets met hem. Zijn kaak verstrakte.
“Wat bedoel je?” vroeg hij, nu zachter.
Aria slikte. Haar stem trilde.
“Ze denkt dat ik slaap. Maar ik hoor haar. In de badkamer. Ze zegt dat ze bang is om me kwijt te raken. Dat ze niemand meer heeft.”
Er viel een stilte zo zwaar dat zelfs de vogels leken te zwijgen.
Victor keek langzaam naar Lena.
Voor het eerst sinds dagen.
“Is dat waar?” vroeg hij…………….