Histoire 19 2070 87

Op de derde ochtend werd ik wakker van een geluid dat niet thuishoorde in Maple Street.

Geen vogels. Geen spelende kinderen.

Metaal. Zwaar. Mechanisch.

Ik trok het gordijn opzij en mijn hart sloeg een slag over.

Een graafmachine stond in Isola’s achtertuin.

De arm bewoog langzaam maar meedogenloos door de grond, alsof hij zonder aarzeling herinneringen uitrukte. Rozenstruiken – tientallen jaren oud – werden één voor één uit de aarde gescheurd. De seringenstruik die elke lente de straat liet ruiken naar honing lag plat. De aarde lag open, rauw, alsof iemand een graf had geschonden.

En daar stond Maddox.

Zonnebril. Koffie in de hand. Lachend tegen twee mannen die duidelijk ingehuurd waren om het werk te doen.

Ik rende naar buiten, mijn slippers half aan.

“Maddox!” riep ik. “Wat dóe je?!”

Hij keek nauwelijks op. “Relax, buurvrouw. Ik maak het wat leuker hier.”

“Dat is Isola’s tuin!” zei ik. “Ze ligt nog in het ziekenhuis!”

Hij haalde zijn schouders op. “Ze zei toch dat ik hier mocht blijven? Dan mag ik toch ook wat aanpassen? Ik heb volgende week een poolparty. Dit oude gedoe stond toch alleen maar in de weg.”

Ik voelde mijn maag omdraaien.

“Dat ‘oude gedoe’ is haar leven,” zei ik, mijn stem trillend. “Dat heeft ze met haar man geplant.”

Hij zette zijn zonnebril recht. “Luister, ik heb geen tijd voor sentimenteel gedoe. Alles komt goed. Ik zet er iets moderners voor terug………….

Lees verder op de volgende pagina.

Laisser un commentaire