“Mijn God…” fluisterde ik, mijn stem nauwelijks hoorbaar.
In de doos zat een kleinere houten kist, glad en warm van kleur, met mijn initialen erin gegraveerd. Ik herkende haar meteen. Ze had altijd boven op de hoogste plank van papa’s boekenkast gestaan, net buiten mijn bereik toen ik nog klein was.
Ik had hem ooit gevraagd wat erin zat.
Hij had toen geglimlacht en gezegd:
“Belangrijke dingen. Voor later.”
Mijn handen trilden toen ik het deksel opende.
Binnenin lagen enveloppen. Tientallen. Netjes geordend, elk met een datum erop geschreven in zijn handschrift. Sommige data lagen in het verleden. Andere… lagen nog ver in de toekomst.
Bovenop lag één envelop.
“Voor je 21e verjaardag.”
Ik begon te huilen nog vóór ik hem opende.
De brief was geschreven in zijn vertrouwde handschrift, licht schuin, met die ronde letters die ik uit duizenden zou herkennen.
Lieve meid,
Als je dit leest, ben ik er waarschijnlijk niet meer. En als dat zo is, dan spijt het me dat ik niet bij je kon zijn vandaag. Geloof me, niets zou ik liever willen.
21 jaar… Wat ben je gegroeid. Ik hoop dat je weet hoe trots ik op je ben. Niet om wat je bereikt hebt, maar om wie je bent…………..