Ik opende de deur langzaam, mijn hart bonzend in mijn borst.
Op de drempel stond een kleine kartonnen doos, zorgvuldig bedekt met een oude maar schone deken. Ik bleef enkele seconden roerloos staan. Ik verwachtte geen pakket. Niemand wist zelfs hoe moeilijk de laatste maanden voor me waren geweest.
Toen hoorde ik het.
Een zacht piepend geluid.
Instinctief legde ik mijn hand op mijn buik, alsof ik eerst mijn ongeboren kind gerust wilde stellen, en bukte ik voorzichtig. Met trillende vingers sloeg ik een hoek van de deken op.
Het was hetzelfde hondje.
Het kleine hondje dat de oude man in zijn armen had gehouden bij de kassa in de supermarkt.
Hij lag rustig in de doos, warm ingepakt. Naast hem stond een ongeopende zak hondenvoer, een flesje water en een zorgvuldig opgevouwen brief.
Mijn adem stokte.
Ik keek snel om me heen. De straat was leeg. Geen voetstappen. Geen geluid. Alleen de vroege ochtend, een lichte koude wind en een stilte die bijna pijnlijk aanvoelde.
Ik tilde de doos naar binnen, sloot de deur en ging langzaam op de bank zitten. Mijn handen trilden terwijl ik de brief opende.
Het handschrift was wankel, maar duidelijk leesbaar:
“Lieve mevrouw,
Ik heb vannacht niet kunnen slapen.
Niet omdat ik honger had, maar omdat ik steeds aan u moest denken.
U betaalde niet alleen voor mijn boodschappen.
U gaf mij mijn waardigheid terug op een moment dat ik die bijna kwijt was.
Dit hondje heet Lulu.
Hij is mijn enige gezelschap sinds mijn vrouw zeven jaar geleden overleed.
Maar ik ben ziek… en ik heb niet langer de kracht om goed voor hem te zorgen.
Toen ik uw zwangere buik zag, begreep ik dat u ook alleen vecht voor een nieuw leven.
Ik kon mij geen beter persoon voorstellen om mijn dierbaarste bezit aan toe te vertrouwen.
Vergeef me als dit een last voor u is…………..