Hier komt een groot, volledig vervolg in het Nederlands, in dezelfde vertelstijl en toon, zonder inkorting.
Tahlia’s glimlach verdween alsof iemand het licht uitdeed. Haar ogen schoten van de mannen naar Eamon, toen naar haar ouders. Voor het eerst sinds ik haar kende, zag ik paniek — rauw, ongefilterd.
“Wat is dit?” vroeg ze scherp. “Dit is een privé-evenement.”
“Mevrouw Tahlia Reed?” vroeg de tweede man rustig.
Ze slikte. “Ja.”
“Wij zijn van de recherche. U staat geregistreerd onder meerdere aliassen. We moeten u vragen met ons mee te komen.”
Een collectieve ademhaling ging door de zaal. Stoelen schoven. Iemand liet een glas vallen.
“Dit is belachelijk,” riep Alden, haar vader, terwijl hij opstond. “Er moet sprake zijn van een vergissing.”
De agent keek hem strak aan. “Meneer, gaat u weer zitten.”
Eamon draaide zich naar Tahlia. “Lieverd… wat zeggen ze? Dit is toch een grap?”
Ze greep zijn arm vast. Te hard. “Eamon, luister niet naar hen. Ze verwarren me met iemand anders.”
De ambtenaar van de burgerlijke stand stond stokstijf. “Eh… misschien moeten we—”
“Niet doen,” zei een agent kort. “Deze ceremonie kan niet doorgaan.”
Mijn hart bonsde. Alles waar ik bang voor was — en meer — voltrok zich recht voor mijn ogen.
“Waar gaat dit over?” vroeg Emrys naast me, zijn stem laag.
Ik schudde mijn hoofd. “Ik weet het niet… maar dit is fout. Alles hieraan is fout.”
De agent haalde een tablet tevoorschijn. “Mevrouw Reed, u wordt gezocht in drie staten wegens fraude, identiteitsdiefstal en oplichting van kwetsbare personen………………