Ik verstijfde waar ik zat. De brief, halfopen in mijn hand, voelde ineens zwaarder dan lood. Een vrouw aan de overkant van de tafel – een nicht van Rachel, als ik me niet vergiste – had mij zien bukken en keek nu recht naar het vergeelde papier tussen mijn vingers.
“Is alles in orde?” vroeg ze luid, net iets te nieuwsgierig.
Alle hoofden draaiden onze kant op. Ethan schoof nog dichter tegen me aan, zijn kleine hand ijskoud in de mijne. Ik glimlachte strak. “Alles prima,” loog ik, terwijl ik de brief onder mijn servet schoof. “Ethan liet iets vallen, dat is alles.”
Maar haar blik bleef hangen. Onrustig. Wetend.
Rachel kwam dichterbij en boog zich naar me toe, nog steeds stralend maar duidelijk benieuwd. “Is er iets gebeurd? Heeft Ethan pijn?”
Ik schudde mijn hoofd, terwijl mijn hart bonkte. “Nee, lieverd. Hij is alleen een beetje overweldigd.”
Ze knikte, opgelucht, en liep terug richting de fotograaf die op haar stond te wachten. De muziek zwol aan, het geklets hervatte zich, en langzaam keerde iedereen terug naar hun gesprekken.
Behalve ik.
En behalve de vrouw die me net had aangekeken.
Ze bleef me volgen met haar ogen, alsof ze iets vermoedde. Alsof ze wist dat ik iets had gevonden wat niet gevonden had mogen worden.
Ik trok Ethan zachtjes dichter naar me toe. “Kom mee, lieverd,” fluisterde ik. “Laten we even ergens rustig gaan zitten.”
We glipten tussen de tafels door en vonden een lege gang naast de keuken. Daar, met zachte verlichting en het gedempte geluid van de feestzaal op de achtergrond, vouwde ik de brief open……….