De houding van de vrouw verstijfde, alsof ze zich plots bewust werd van wie er voor haar stond. De afstand tussen ons was klein, maar de spanning ertussen voelde als een muur.
“Oh,” zei ze, haar stem iets zachter maar niet vriendelijker. “Ik… ik wist niet dat je zou komen.”
“Dat klopt,” antwoordde ik, terwijl ik probeerde mijn ademhaling onder controle te houden. “Grace heeft me gebeld. Ik kom haar nu ophalen.”
Ze liet haar hand op de deurpost rusten, alsof ze twijfelde of ze me wel binnen wilde laten. Dat alleen al was genoeg om mijn nuchterheid te doen wankelen — meestal waren Davids partners juist té enthousiast om beleefd te zijn. Deze vrouw? Ze stond daar alsof ik een bedreiging vormde.
“David heeft niet gezegd dat het de bedoeling was dat ze vandaag al weg zou gaan,” zei ze.
“Dat hoeft hij ook niet,” zei ik, mijn stem nu ijzig rustig. “Mijn dochter heeft me nodig.”
Het was geen verzoek.
Het was een feit.
Ze slikte, stapte uiteindelijk opzij en maakte net genoeg ruimte voor mij om binnen te stappen. De woonkamer zag er anders uit dan ik gewend was — te opgeruimd, te koud, alsof iemand had geprobeerd een huis gezellig te maken zonder te begrijpen wat gezelligheid werkelijk was.
“Grace?” riep ik zacht.
Het duurde maar een seconde voordat ze verscheen. Ze kwam vanuit de gang gerend, haar kleine gezichtje onmiddellijk oplichtend toen ze mij zag. Ze stormde naar me toe en greep mijn hand vast.
“Zijn we klaar om te gaan, mam?” vroeg ze, wat te snel, wat te vrolijk.
Mijn maag trok samen. Dit was niet het stemmetje van een ontspannen kind. Dit was een kind dat zich vastklampte aan het plan.
“Ja, lieverd,” zei ik, terwijl ik haar hand kneep. “Ga je spullen maar halen.”
Ze rende naar haar tas, die al half gepakt naast de bank lag. Dat detail sneed door me heen — ze had zich voorbereid. Ze had geweten dat ze weg wilde voordat ze me belde.
De onbekende vrouw keek toe, haar armen nu over elkaar. Ik keek haar aan…………….