„Stacey? Wat is er aan de hand?“ vroeg ik, terwijl ik rechtop ging zitten. Mijn hart bonkte in mijn borst, al wist ik niet of dat kwam door angst of door een onderdrukte nieuwsgierigheid.
Aan de andere kant van de lijn klonk alleen gesnik. „Hij… hij… Alan…“ Ze hapte naar adem. „Kun je alsjeblieft komen? Het is belangrijk. Het gaat over jouw dochters.“
Mijn dochters. Opeens was ik klaarwakker. De boosheid die ik de afgelopen maanden zorgvuldig had weggestopt, maakte plaats voor pure alertheid. „Waar ben je?“ vroeg ik, en nog geen tien minuten later zat ik in mijn auto, gehuld in een oude trui over mijn pyjama, met mijn haar vastgeklemd in een haastige staart.
De straat waar ze nu woonde, kende ik nog van verhalen. Groot huis, mooie buurt. Alan hield van uiterlijk vertoon. Het verbaasde me niet dat hij Stacey dat ook wilde laten geloven. Toen ik voor de deur stond, ging deze al open nog voordat ik had kunnen kloppen. Stacey stond daar, met opgezwollen ogen en een trillende hand.
„Kom binnen…“ fluisterde ze.
Het huis was groot, maar koud. Alsof er geen warmte bestond achter die dure meubels. „Waar is hij?“ vroeg ik. Mijn stem klonk harder dan ik wilde.
„Boven. Hij slaapt. Of… ik denk dat hij slaapt.“ Haar handen beefden. „We moeten praten voordat hij wakker wordt.“
Ik wilde eigenlijk niet in dat huis zijn — een huis dat ooit bedoeld was om mij te vervangen. Maar mijn dochters… als het écht over hen ging, dan had ik geen keuze.
In de keuken zette Stacey thee neer alsof het een normale ochtend was. Maar haar handen waren zo onrustig dat ze de beker bijna liet vallen.
„Alan is veranderd,“ begon ze. „Niet gewoon veranderd… erger. Hij wordt snel kwaad, om de kleinste dingen. Hij controleert mijn telefoon, mijn geld, mijn afspraken. Hij zegt dat ik dankbaar moet zijn dat hij me ’gered’ heeft, dat niemand anders met mij zou willen zijn. Hij laat me geloven dat ik niets waard ben zonder hem…………