Ella was pas tweeëntwintig, maar haar leven voelde al jaren zwaar. Haar moeder lag elke nacht hoestend op een dun matras, haar longen versleten door jaren van stof en rook. Haar jongere broer, Milo, droomde ervan naar school te gaan, maar elke maand was het al moeilijk genoeg om eten op tafel te krijgen. Arm zijn was één ding, maar machteloos zijn… dat was iets heel anders.
Toen een buurvrouw vertelde dat Don Armando, een rijke oudere man uit Tagaytay, op zoek was naar een jonge echtgenote, lachten de meisjes in het dorp. Maar Ella’s moeder niet. Met trillende vingers pakte ze Ella’s hand.
‘Mijn dochter,’ fluisterde ze, ‘dit is misschien onze enige kans. Jij kan ons redden.’
Ella voelde hoe haar hart brak. Liefde? Dat was een luxe die zij zich niet kon veroorloven. Ze dacht aan haar moeder, aan Milo’s lege schooltas, en knikte langzaam.
—
EEN HUWELIJK ZONDER HARTSLAG
Het landhuis waar de bruiloft plaatsvond, leek uit een sprookje te komen — marmeren vloeren, kristallen kroonluchters, muzikanten in witte pakken. Maar voor Ella voelde het als een kooi…………….