De rechter Augusto Ferreira liet zijn bril langzaam zakken op het puntje van zijn neus. Zijn ogen, die altijd zo streng en onwrikbaar waren, vernauwden zich toen hij Isadora opnieuw bekeek. Niet als een beschuldigde, maar als iemand die hij niet helemaal kon plaatsen.
“Mejuffrouw Silva,” zei hij langzaam, “wat zijn dat voor talen die u beweert te spreken?”
De zaal hield de adem in.
Isadora rechtte haar rug, de kettingen aan haar polsen rinkelden zachtjes.
“Ik spreek de taal van overleven, Edelachtbare. En dat is een taal die men alleen leert wanneer men niets anders meer heeft.”
De rechter knipperde.
Ventura, de procureur, rolde met zijn ogen.
Camila Torres leek te twijfelen of ze moest ingrijpen of zwijgen.
“Specifieker,” drong de rechter aan.
Isadora keek hem aan met een blik die ouder leek dan negentien jaar………